Aangeraakt worden

Geen idee wat ik kon verwachten. Ik had met twee vriendinnen een kaartje gekocht voor de expositie in het Atelier des Lumières (Parijs11),een kunstcentrum gevestigd in een XIXe eeuwse gerenoveerde gieterij. Er worden digitale tentoonstellingen georganiseerd van schilders waarbijhun werk wordt geprojecteerd op de vloer en op de ruim 10 meter hoge wanden van de hal van het Atelier(3300 m²).Ik stapte een soort droomwereld binnen en begon mijn wandeling langs de meesterwerken van Vincent van Gogh. Nee, niet alleen trokken zijn schilderijen aan mijn ogen voorbij, ik liep ook als het ware door de diverse fasen van zijn leven. Duizelingwekkende projecties van kleur en licht, vergezeld door muziek van o.a. Janis Joplin (Kozmic Blues),Grieg (Peer Gynt), Mozart (Recomposed) en Luca Longobardi (Elegie). Je wordt helemaal opgenomen in dit klank-en kleurspel. Wat er gebeurde weet ik niet, maar het was zo meeslepend dat ik ontroerd werd door mijn hele lijf. Eenmaal weer thuis in de pastorie moest ik denken aan de woorden van de godsdienstfilosoof Rudolf Otto (†1937). Het heilige zoekt Otto niet in een bepaalde godsdienst, kerk of confessie, maar in het religieuze beleven zelf. Otto noemt deze ervaring het “tremendum et fascinans”–iets datons diep beroert. Een mysterie dat ons doet huiveren en fascineren tegelijk. Het gaat de ratio te boven. Die gevoelens onderging ik in het “Atelier”. Aangeraakt worden door iets dat groter is dan je zelf. Klik hier voor een impressie.

Ruth van der Waall-Schaeffer
april 2019

*********

Vogels

Een aarzeling had ik wel. Zou ik aan mijn balkon een vetbol hangen voor de vogels en op de buitentafel een vogelhuisje zetten, of niet. Zou het niet een beetje bizar zijn om dit in het volgebouwde Parijse te doen waar autogeluiden, sirenes vaak de boventoon voeren? Zouden ze er wel op af komen? En…heel eerlijk: ik vond het ook een beetje tuttig op een balkon. Maar ja, ik houd van vogels, genoot altijd van de vele verschillende vogels die mij zowel overdag als ‘s nachts vergezelden in het Zuiden. Het zijn boeiende beestjes. Vogels hebben een veel intellectueler, slimmer en emotioneler leven dan wij vermoeden. Daarbij zijn vogels een metafoor voor me. Ze appelleren aan ruimte, aan speelse beweging, aan uitvliegen en weer terugkomen, leren me dat ‘uit het nest’ gaan, loslaten is. In hen zie ik iets van ‘gevleugelde groei’. De dichter Rutger Kopland verwoordt het zo mooi:

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan die vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel.

Enfin, de vetbol hangt er nu al weer een tijdje, het vogelhuisje staat er: de koolmeesjes en pimpelmeesjes vliegen naar vijfhoog en gaan weer weg op hun vleugels en op die van de wind. Meditatie onder handbereik.

En wie vogels in de muziek wil horen – luister eens naar   “The Birds” van de componist Respighi!

Ruth van der Waall-Schaeffer
februari 2019

**********

ESPACE LE FIGUIER
WENST U
EEN KLANKRIJK 2019 !


Vergeten

Oud en Nieuw…de jaarwisseling, een pas op de plaats. Enerzijds terugblikken op het voorbije jaar en anderzijds is er een nieuw begin. Zo wordt vaak de start van een nieuw kalenderjaar gezien. Het nieuwe jaar ligt als een onbeschreven blad voor je. Natuurlijk staan er in agenda’s al een tijdje afspraken, verjaardagen, wellicht vakanties genoteerd, maar dat zijn neutrale, zakelijke woorden. Want hoe die vakantie, of die afspraak er inhoudelijk uit gaat zien, welke kleur die gaat krijgen, dat weten we nog niet. Het is een verrassingspakket. Gebeurtenissen krijgen pas naderhand als je er weer aan terugdenkt een klank, een kleur.
Er aan terugdenkt… Terugdenken is een functie van het geheugen. ‘Er bestaat geen ander geluk dan dat van de herinnering, dan dat van het opwekken, levend maken, en veroveren van de voorbije en verloren tijd,’ zegt Marcel Proust in ‘À la recherche du temps perdu’. En Soms borrelt het lied van Herman van Veen in mij op: ‘Een mooie herinnering, iets waarvan je houdt, neem je overal mee naar toe, neem je mee in je geheugen.’
De gedachte dat je je steeds minder kunt herinneren of op een gegeven moment zelfs niets meer, lijkt mij afschuwelijk. Ik spreek hier niet over dingen die zeer verwondend zijn geweest en die je diep weggestopt hebt of liever wilt vergeten.
In één van mijn vroegere werkkringen had ik o.a. te maken met mensen die de ziekte Alzheimer, dementie hadden. Een terugkerende vraag was: ‘Hoe verder te leven, hoe gaan je naasten er mee om?’ In een boek over de beleving van dementie las ik deze ontroerende zinnen tussen een echtpaar: “En als we elkaar nu vergeten?” vraag ik. “Jij mij of andersom, ik jou?” Het (sociale) leven dat je leidt glipt langzaam maar zeker tussen je vingers weg. ‘Het spook van het vergeten waart door het huis; je zit niet meer achter het stuur van je leven, maar verhuist naar de achterbank,’ schreef Bert Keizer recent in dagblad ‘Trouw’.
Als je weet dat je de ziekte ‘Alzheimer’ hebt of drager bent van het gen, ga je heel bewust in het nu leven. Je probeert nu te genieten, nu de dingen te doen waar je goed in bent of waar je van houdt. Je weet dat uitstelgedrag in zekere zin ‘gestraft’ wordt. Natuurlijk is er eerst de moeilijke fase van aanvaarding. Maar daarna is het belangrijk zo lang mogelijk, in verband met je gevoel van eigenwaarde, de regie over je leven te houden, met hulp van naasten.
Het is wijs stil te staan bij wat je hebt en (nog) kunt en dat dit absoluut niet aan een zekere leeftijd gebonden is. Daarom is het wellicht niet gek om aan het begin van een nieuw jaar alleen of met anderen herinneringen op te halen: ‘Hoe heb ik het afgelopen jaar be-leef-d.’
Immers je tweede leven begint wanneer je begrijpt dat je er slechts één hebt…
Lief het leven!

Ruth van der Waall-Schaeffer
december 2018

*************

Sterren

‘Als je van een bloem houdt,
die op een ster woont,
dan is het heerlijk
’s nachts naar de sterren te kijken
– dan zijn alle sterren met bloemen versierd’.

Deze zin staat in het boekje “De Kleine Prins” uit 1943, waarmee de Franse schrijver (en piloot) Antoine de Saint Exupéry wereldberoemd zou worden. U kent het boekje misschien wel. Het was het eerste Franse boekje dat ik in handen kreeg om dit te lezen. Eerlijk gezegd ontgingen me in mijn jeugdjaren de wonderlijke, wijze opmerkingen die je erin leest. De sterren spelen in dit boekje een grote rol. Waar ik woon kun je nog genieten van prachtige sterrenhemels. Als ik dan nog laat buiten ben, zing ik zachtjes ‘De sterren verschijnen reeds één voor één, dan fonkelen er duizenden, men telt er geen, men telt er geen.’
De schrijver praat met de kleine prins over de sterren:
‘Je moet ’s nachts naar de sterren kijken ….
alle sterren zullen je vrienden zijn.
Allemaal rinkelbelletjes.’
Er spreekt een soort geborgenheid uit. Maar vooral ervaar ik de ‘schoonheid om niet’. Het lijkt alsof er zomaar naar me geglimlacht wordt. Ik hoef er niets voor te doen. Een stille verbondenheid tussen hemel en aarde.

♫♫♫ Underneath the stars (Kate Rusby) gezongen door VOCES8 (arr: Jim Clements)

Ruth van der Waall-Schaeffer
Oktober 2018

******************

Denkend aan Holland en Frankrijk…

Het Sociaal en Cultureel Planbureau ( SCP) in Nederland is benieuwd hoe Nederlanders in het buitenland tegen de lage landen aankijken nu zij meer dan vier maanden in het buitenland gewoond hebben.Eerlijk gezegd had ik niet veel zin aan dit onderzoek mee te werken, maar ik heb het toch gedaan. En ik vond het geen tijdverspilling. De vragen zetten mij aan het denken. Vragen als: wat mis je hier ( en dan gaat het niet om hagelslag want dat mis ik ), voel je je nog steeds betrokken op NL, waar ben je meer thuis, kun je in trefwoorden aangeven wat je denkt bij Nederland, wat vind je positief /negatief aan het land waar je nu woont, waarom ben je ooit geëmigreerd? Als je (even) terug bent in Nederland, wat valt je dan op? Is Nederland sinds je vertrek veranderd? Nadat ik de enquête beantwoord had, wist ik dat ik nog steeds achter onze keuze van jaren geleden stond hierheen te verhuizen. Nergens vind je het paradijs. Ik heb een paar jaar in het winkeltje in mijn dorp gewerkt. Toeristen zeiden me dan: ‘wat geweldig hier te wonen!’ ‘Zeker’, antwoordde ik. ‘Maar ook hier moet gewerkt worden, ook hier worden mensen ziek of gaan dood, ook hier is bureaucratie…’ De hemel op aarde bestaat (nog) niet. Daarnaast: hoe vaak laten we ons niet meeslepen door (voor)oordelen over het ene of het andere land, of denken we dat het gras achter de heuvels groener is. Hoe je je ergens voelt, is ook persoons,- en karaktergebonden. Sommige mensen blijven zich altijd echt Nederlander voelen, anderen zijn bijna van nature wereldburger. Of ik zelf in een land thuis kan zijn, hangt wel af van bepaalde kernwaarden: gaat men respectvol met verschillen om, wordt er oprecht gepoogd universele rechten van mens en dier (de natuur) na te streven? In een dictatuur wil ik niet wonen, en al woon ik niet in bepaalde landen, ik krab nog eens achter mijn oren of ik in zo’n land op wel vakantie wil gaan.

Dank je wel mensen van het SCP voor de vragen. Ik ben stil gaan staan bij het leven hier. Voor als nog ben ik hier thuis. Thuis is waar je hart is. Klik hier om te luisteren naar de Noorse zanger Moddi in ‘House by the sea’….

Ruth van der Waall-Schaeffer
September 2018

Sluit Menu